Pionieren met de RVB BIM Norm

'Het kunnen voldoen aan een norm moet eigenlijk geen issue meer zijn'

Toen mij, nu bijna drie jaar geleden, gevraagd werd: “Kunnen wij voldoen aan de RVB BIM norm 1.0?”, was mijn achteraf iets te snelle conclusie: “Dat zal geen probleem moeten zijn.” We waren immers al vijf jaar ervaren met Revit - lees voor het gemak: BIM (wat natuurlijk niet zo is) - en draaiden onze hand niet meer om voor hele grote en complexe projecten. Een IFC (Industrial Foundation Classes) maken van de in de norm uitgevraagde model/data was dan slechts ‘bijzaak’, toch? Met de kennis van nu zou ik wederom zeggen: “Natuurlijk kunnen wij dat!”, maar ondertussen ben ik geen bouwkundige meer, maar een data-manager, of zoals dat tegenwoordig zo mooi heet: BIM Manager.

Pionieren

Ik denk dat in deze korte intro de crux zit wat betreft de pionierstocht die RVB BIM Norm heet. Volgens Wikipedia is een pionier ‘iemand die als één van de eersten een bepaald gebied betreedt, zodat hij daar zijn weg moet vinden zonder gebruik te kunnen maken van de ervaring van anderen.’

Dit geldt natuurlijk voor alle participerende partijen, maar in het bijzonder voor het RijksVastgoedBedrijf (RVB) zelf. Ik geef het je te doen: iets algemeens schrijven waar diverse marktpartijen zich aan moeten houden, maar wat bovenal eenduidig op elkaar aansluit zonder dat het ieders ‘visie’ op BIM (als die al aanwezig is) volledig overhoop gooit.

Het is een prestatie-eis voor monitoring en betaling

Er zijn de afgelopen jaren legio initiatieven voor een norm of standaardisatie vanuit de markt ontwikkeld en net zo hard weer de kop ingedrukt, omdat het simpelweg niet volledig omarmd werd door diezelfde markt. Uiteraard betekent dit niet dat het allemaal rommel was of is. Het verschil met de RVB BIM Norm is echter dat het niet vrijblijvend, maar verplicht is. RVB: ‘Het is een prestatie-eis voor monitoring en betaling’. Daarmee heeft het RVB wellicht onbewust een bijzondere positie verworven. Alle marktpartijen zullen zich, of ze het nu willen of niet, moeten conformeren aan deze prestatie-eis.

Verschuiving van werkzaamheden

De prestatie-eis is volgends de RVB nodig om ‘in de toekomst duurzaam betrouwbare informatie over de gebouwenvoorraad te hebben’. Kortweg gezegd betekent dit dat buiten de traditionele tekeningen die geleverd worden een model zodanig gestructureerd opgebouwd is dat de opdrachtgever (bijvoorbeeld Output Specificatie – OS), de ontwerpende partijen (architect, constructeur, adviseur/installateur etc.), de aannemer (bijvoorbeeld hoeveelheden/planning/kosten) en de beheerder (lokalisatie gebouwinformatie, ruimtes/bouwkundige informatie) gezamenlijk het model als ‘kapstok’ gebruiken voor hun informatie. Met een beetje futuristisch gevoel betekent dit dat de traditionele tekening zoals we die kennen - gechargeerd gezegd: de platte schematische weergave van informatie - slechts een summiere toevoeging is ten opzichte van een model. Net als in de vele apps die er tegenwoordig zijn, gaat de gebruiker zelf op zoek naar de gewenste informatie in plaats van naar hapklare brokken. Je hoeft geen overdreven computernerd te zijn om te snappen dat door een model heen scrollen met een 3D-viewer veel meer informatie geeft dan welke willekeurige tekening dan ook.

 

Als je schuin door de norm heen leest mag je concluderen dat de uiteindelijke winnaars van deze norm vooral de opdrachtgever en de aannemer zijn: de ontwerpende partijen moeten veel meer dan voorheen zorgen dat de input (OS) en output (modelinformatie) volledig correct zijn. Dit is gezien het proces niet meer dan terecht. Echter, dit betekent wel extra werkzaamheden die bij andere partijen aan de voor- en achterkant iets opleveren. Een volledig correct model geeft namelijk perfect inzage aan diverse gebouwbeheerprogramma’s en een correct model genereert exacte hoeveelheden, goed genoeg om het overgrote deel van de werkvoorbereiding mee te kunnen doen. ‘Gratis’ informatie die 'zomaar’ gegenereerd wordt. Zo lijkt het althans, maar juist in deze minieme afstemming (clash-controles/demarcatie) gaat veel tijd en energie zitten. Wie doet wat en op welk niveau (met als doel generieke informatie conform de norm)?

Adoptie door de markt

In toenemende mate zie je nu ook dat opdrachtgevers anders dan de RVB, maar ook aannemers en ontwerpende partijen, volledig of deels de RVB BIM Norm adopteren, iets wat in mijn beleving essentieel is voor het slagen van deze missie. Door intensief pionier te zijn in twee projecten die moeten voldoen aan de RVB BIM norm, kan ik niet anders concluderen dan dat ik bevoorrecht ben ten opzichte van veel van mijn concullega's. Veel bedrijven zullen wellicht niet meer dan één overheidsproject ontwerpen, en dus zelden of nooit in aanraking komen met de norm.

Je hoeft geen overdreven computernerd te zijn om te snappen dat door een model heen scrollen met een 3D-viewer veel meer informatie geeft dan welke willekeurige tekening dan ook

Hoe gaat dat in de praktijk? Je begint aan een project en weet niet exact hoe je het moet doen. Vervolgens wordt het model door een extern bureau (gelieerd aan de RVB) gecontroleerd en krijg je te horen dat het op veel fronten niet voldoet. In de norm staat letterlijk dat er niet voorgeschreven wordt hoe je het moet doen, maar alleen dat de output aan bepaalde eisen moet voldoen. Je bent dus met huid en haar overgeleverd aan marktpartijen die de materie wel machtig zijn – en belangrijker nog – die je vertellen en uitleggen hoe je het moet doen!

 

Dat nu meerdere opdrachtgevers de norm adopteren betekent ook meer draagkracht in de markt. Met het nodige schaafwerk aan de huidige norm (versie 2.0 komt binnenkort uit) zal deze hopelijk gebruiksvriendelijker worden.

RVB BIM Norm als keurmerk

Het kunnen voldoen aan een norm moet eigenlijk geen issue meer zijn. Het moet onderdeel zijn van het DNA van je organisatie. Iedereen moet zich ervan bewust zijn dat het tijdperk 'tekeningen’ verleden tijd is en dat gestructureerde data meer dan ooit verreweg het belangrijkste is. Bedrijven die kunnen aantonen dat ze volgens de RVB BIM Norm werken en dit ook waarmaken, zullen op korte termijn bij veel opdrachtgevers een streepje voor hebben, simpelweg omdat een model daarmee een soort keurmerk heeft.

 

Vooralsnog heeft het gros van de markt echter zijn handen vol aan het onder de knie krijgen van een modeleerpakket. De wereld van IFC is nog ver weg. De kunst om nagenoeg volledig te voldoen aan een norm, die te kunnen checken en middels een gestructureerd proces onder de knie te krijgen is vooralsnog slechts voor een handjevol bedrijven weggelegd.

 

Om terug te komen op de essentie van dit verhaal: bedrijven, maar bovenal medewerkers, moeten bereid zijn om pionier te zijn. De wereld van en rondom BIM (datamanagement, VR/Augmented Reality, software/hardware enzovoort) gaat hard. Eigenlijk te hard om van alle walletjes mee te kunnen eten. Je zal merken dat - zodra je op dat BIM-level zit - je eigenlijk geen bouwkundige meer bent.